Gezond tandvlees is belangrijk voor het plaatsen van implantaten

Het plaatsen van implantaten kan over het algemeen heel goed plaatsvinden in de normale praktijkomgeving en vereist geen ziekenhuisopname. De implantatiefase vindt plaats in de behandelkamers van onze praktijk.

Eerste onderzoek

Tijdens het eerste consult wordt bekeken of het technisch mogelijk en of wenselijk is om een implantaat te plaatsen. Er wordt in de mond onderzoek gedaan en tegelijk wordt de conditie van uw tandvlees beoordeeld. Gezond tandvlees is een belangrijke voorwaarde voor het plaatsen van implantaten. Aanvullend op het onderzoek worden één of meer röntgenfoto’s gemaakt. Of een implantaat werkelijk geplaatst kan worden is afhankelijk van de hoeveelheid kaakbot. Er dient voldoende bot in hoogte en breedte én van voldoende kwaliteit aanwezig te zijn. Indien er sprake is van onvoldoende bot kan door middel van diverse botregeneratietechnieken nieuw bot worden aangemaakt. Vervolgens wordt er informatie gegeven over de bevindingen en wordt de planning voor een eventuele behandeling gemaakt en besproken. Tevens geeft de implantoloog een globale begroting van de kosten van behandeling.

Afdrukken maken

Indien tot implantologische behandeling wordt overgegaan worden in sommige gevallen afdrukken van het gebit ten behoeve van gebitsmodellen gemaakt. Deze modellen worden gebruikt voor het maken van uitgebreidere behandelplannen en dienen ook voor eventueel noodzakelijk overleg tussen uw tandarts en de PPZ. In latere fases van de behandeling kunnen de modellen worden gebruikt voor het vervaardigen van een plastic plaatje dat als geleider dient voor het plaatsen van implantaten (“chirurgische stent/boormal”).

Drie-dimensionale röntgen scan CBCT

Voordat een implantaat wordt geplaatst wordt in principe een driedimensionale röntgenscan (Cone Beam Computed Tomography) gemaakt. Deze scan geeft méér en nauwkeuriger informatie over het gebied waar de implantaten geplaatst moeten worden evenals over het verloop van de begrenzingen van het kaakbot en belangrijke zenuwbanen. Op deze manier kan de implantoloog zeer nauwkeurig zijn planning maken voor grootte en inzetrichting van het implantaat. Hierdoor zijn mogelijke beschadigingen van zenuwbanen vrijwel uitgesloten.

Implantatiefase

Na een gedegen voorbereiding vindt nu de werkelijke implantatie plaats. Onder lokale verdoving wordt het implantaat geplaatst. Na deze chirurgische behandeling dient het implantaat twee tot zes maanden ‘in te helen’. In die tijd mag het implantaat niet tot zeer weinig belast worden. Meestal wordt in deze periode in ‘esthetisch gevoelige’ regio’s (het boven- en onderfront) een tijdelijke en gedeeltelijke prothese gedragen. Vaak zal het implantaat na plaatsing direct in de mond zichtbaar zijn.

Indien te weinig bot aanwezig is om een implantaat te ondersteunen, dient door middel van één van de botregeneratie technieken nieuw bot te worden gecreëerd. Dit gebeurt vóór, of tegelijk met het plaatsen van het implantaat en wordt dan tijdens de heling onder het tandvlees gelaten. Na een aantal maanden ‘inheling’ wordt in een kortdurende behandeling het implantaat vrij gelegd. In de esthetische zone wordt vaak een tijdelijke kroon of brug geplaatst zodat het tandvlees mooi kan genezen voor een optimale esthetische oplossing.

Vervaardiging suprastructuur

Wanneer het implantaat goed in het kaakbot is vastgegroeid, kan de kroon, brug of prothese op het implantaat vervaardigd worden. Deze fase wordt door uw tandarts uitgevoerd of, indien uw tandarts dit niet wenst te doen, door een collega tandarts. Met de betreffende tandarts vindt uitgebreid overleg plaats. De implantoloog kan in sommige situaties deze fase ook op zich nemen.